Beter samenwerken in het fysieke domein. Zowel tussen de verschillende beleidssectoren binnen de gemeente als met bewoners, bedrijven en organisaties. Dit moet het vertrouwen in elkaar doen toenemen. De Omgevingswet biedt overheden een stimulans om hier daadwerkelijk mee aan de gang te gaan. Er zijn daarom in de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit regels over participatie opgenomen. Voor het Rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente geldt bij de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een omgevingsprogramma een plicht tot participatie. Ook bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt participatie gestimuleerd. De initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat de resultaten hiervan zijn.

Participatie is dus een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. De wet schrijft echter niet voor hoe participatie moet plaats vinden. En dat betekent een flinke uitdaging voor overheden. Wanneer ben je als overheid bijvoorbeeld tevreden met de participatie van een initiatiefnemer die een omgevingsvergunning aanvraagt? Waar moet deze participatie aan voldoen? Overheden kunnen niet eisen dat het initiatief draagvlak heeft. Maar waar moet de participatie dan wel aan voldoen? Hoe zorg je dat de initiatiefnemer weet hoe hij participatie moet organiseren? Een projectontwikkelaar zal ongetwijfeld de kennis en middelen hiervoor hebben. Maar dat geldt niet voor een particuliere initiatiefnemer.

Juist over deze laatste groep maakt de nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, zich zorgen. In een brief in het NRC in december 2019 riep hij overheden op om het burgerperspectief centraal te stellen: De overheid doet stappen terug, de burger krijgt grote verantwoordelijkheid. Dat moet niet betekenen dat je er als overheid niet meer bent voor je burger. Niet iedereen is in staat om een participatietraject te organiseren of daaraan deel te nemen. Ook wanneer niet de overheid, maar een burger verantwoordelijk is voor het organiseren hiervan, zullen burgers zich tot de overheid blijven wenden als zij ontevreden zijn over het verloop. Hoe kan de overheid daarbij invulling geven aan haar rol van regiehouder?

Het vormgeven van de participatie is een zoektocht voor veel gemeenten. Gelukkig is er nog tijd. De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met de Omgevingswet. Deze zomer nemen VNG, de Unie van Waterschappen, het IPO, het Rijk en de Tweede en Eerste Kamer samen het besluit of de Omgevingswet per 1 januari 2021 ingaat. Nu is dus het moment om te experimenteren en van elkaar te leren. Hier alvast twee voorbeelden: De gemeente Delft heeft een praktische handleiding met de titel ‘spelregels Delfts Doen’ ontwikkeld voor iedereen die met participatie aan de slag moet. Ook een zestal waterschappen heeft een speciale loods ontwikkeld voor vergunningverleners en -aanvragers.