Gemeente X. experimenteerde een paar jaar geleden met burgerparticipatie met loting. In totaal 2000 bewoners van de wijk S. ontvingen per brief een uitnodiging om mee te denken over de vervanging van een groot deel van de bomen. Bijna 100 bewoners gaven hier gehoor aan. De meerderheid van de  participanten was op leeftijd en autochtoon. De hogere leeftijd was op zich niet vreemd omdat de vergrijzing relatief hoog (60%) is in S. Dat de wijk voor 30 % uit mensen met een niet westerse achtergrond bestaat zag je echter niet terug in de groep mensen die participeerde.

Mijn opdrachtgevers maken zich regelmatig zorgen over de representativiteit van de participanten: ‘Je ziet elke keer dezelfde mensen op al die informatiebijeenkomsten en inloopavonden!’ ‘Hoe betrekken we jongeren?’ ‘Als we meer online gaan doen sluiten we dan de ouderen niet uit?’ Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Plan bureau (Burgermacht op eigen kracht, een brede verkenning, 2014, p.51) blijkt inderdaad dat bepaalde groepen, zoals autochtonen, hoogopgeleiden en vijftigplussers oververtegenwoordigd zijn in participatieprocessen. Of dat erg is hangt af van het doel van je participatie.

Hieronder vier voorbeelden:

•             Omwonenden. Als je met je project ingrijpt in de directe leefomgeving van mensen dan wil je hen daar graag bij betrekken. Stel dat je een nieuw speelterrein wilt ontwikkelen, dan zal dat vooral omwonenden en ouders met kinderen uit de wijk trekken. En dat zijn precies de mensen die waardevolle input kunnen leveren. Die betrokkenen vormen vaak per definitie geen doorsnee van de bevolking en dat is ook niet wat je wilt.

•             Experts en ervaringsdeskundigen.  Wil je kwalitatief goed beleid ontwikkelen en testen dan heb je vooral experts en ervaringsdeskundigen nodig. Zo ontwikkelde de provincie Noord-Holland een nieuwe display met reizigersinformatie voor bij de bushaltes. Om te testen of de informatie goed ‘te zien’ en ‘te horen’ is was de ervaring van mensen met een visuele of auditieve beperking nodig. Daarom nodigde de provincie het Regionaal Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer uit om mee te denken.

•             Representativiteit: Als je iedereen wilt laten meedenken over de toekomst van de gemeente dan wil je graag een representatieve afspiegeling van je bevolking betrekken. Loting biedt hier kansen. Een voorbeeld hiervan zijn de burgertoppen (G1000) die in verschillende steden en dorpen worden georganiseerd.

•             Specifieke doelgroepen: Met loting bereik je zeker andere mensen dan de ususal suspects, maar nog niet automatisch specifieke groepen, zoals jongeren of mensen met een migratieachtergrond. Dat laat het hierboven genoemde voorbeeld van gemeente X ook zien. Deze groepen zul je op andere manieren moeten betrekken. Dit vraagt om maatwerk en daarmee vooral om extra tijd en capaciteit. Maar het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je kunt mensen thuis bezoeken voor een  één-op-één gesprek of groepen mensen bezoeken daar waar zij al bij elkaar komen.

Net als loting biedt ook online participatie kansen om een grotere groep te bereiken. ‘Maar sluit je hiermee niet veel ouderen uit?’, is een veelgehoorde vraag. onderzoek van het CBS  blijkt echter dat 95% van de Nederlandse bevolking toegang tot internet heeft. Dus het is niet zo dat je ouderen automatisch uitsluit. Maar er zijn altijd mensen die geen internet hebben. Een alternatief dat voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is bestaat niet. Iedere bijeenkomst, ook online, kent zijn eigen eisen en beperkingen.  

Lees ook: #1 Sleutel tot succesvolle burgerparticipatie: heldere spelregels